Toscane special: Florence
In 59 v.C. stichtten de Romeinen een stadje aan de oevers van de Arno. De festiviteiten (de Ludi florales) voor de stichting van de stad werden gehouden van 28 april tot 3 mei, ter ere van de godin Flora. Deze nederzetting werd Florentia genoemd.
Het wapenschild van Florence van voor de vroege Middeleeuwen is de stilering van een rode lelie, een altijd al veelvoorkomende bloem, met name in het wit, in deze streek.
Van de Romeinse kolonie is tegenwoordig nog het netwerk van enkele straten in het centrum overgebleven (via de’ Tornabuoni, via degli Strozzi en via del Proconsolo; de Piazza della Repubblica was, zonder twijfel, het oude forum).
Florence is de, grotendeels zichtbare, verbinding met onze geschiedenis, dankzij de buitengewone rijkdom van zijn kunst- en architectonische monumenten. De historische binnenstad, een waar openluchtmuseum omringd door de middeleeuwse stadsmuren, is in 1982 door de Unesco op de Werelderfgoedlijst geplaatst.
Ook de Italiaanse taal, het zgn. volgare, de omgangstaal, die van een grote hoeveelheid stadsstaatjes een grote staat heeft gemaakt, ontstaat met Dante Alighieri, diplomaat en politicus in Florence. Een operatie van verbluffende intelligentie, die de Italiaanse bevolking van onderaf en met elegantie onderling heeft verbonden, door de gemeenschappelijke structurele basis te halen uit de talrijke dialecten, veertien volgens de dichter, met een voorkeur voor het vermaarde Siciliaans. Als er een quotiënt voor Italiaansheid bestond, dan zou Florence, als wieg van de Italiaanse Renaissance en het Humanisme, economische, culturele en politieke motor er de bewaarnemer van zijn. De Florentijnen zijn ook de pilaren van de hedendaagse economie en het bankwezen.
Het waren de Florentijnse bankiers die de cheques hebben uitgevonden, de levensverzekering, de lening, de wissel en het dubbel boekhouden. Het gewicht en de macht van de oude kredietinstellingen was beslissend voor de financiering van de meesterwerken van de Renaissance.
De Arno
Vanaf de vroege Middeleeuwen bediende Florence zich van de textielindustrie dankzij het water van de rivier de Arno, voor het wassen en spoelen van ruwe en bewerkte stoffen. Al in 1100 werkten er 30.000 mensen in deze industrie.
Het is een familie van textielindustriëlen, de Rucellai, die Leon Battista Alberti de opdracht geeft voor het ontwerp en de bouw van het gelijknamige magnifieke palazzo.
De Ponte Vecchio
Voor de Tweede Wereldoorlog zijn er talloze bruggen over de Arno gebouwd. Maar bij het oorlogsoffensief in ’44 zijn ze allemaal gebombardeerd, behalve de Ponte Vecchio, de oudste brug van Florence, die de rivier op het smalste punt oversteekt. De brug werd zo genoemd door de Florentijnen in de eerste helft van de veertiende eeuw, toen ze vanwege de frequente overstromingen de brug van steen lieten bouwen, om deze te onderscheiden van de Ponte Nuovo, of de Ponte della Carraia.
De beroemde winkels op de brug, tegenwoordig bijna allemaal schitterende goudsmidateliers die elkaar opvolgen, waren er al in 1200. Toentertijd waren het slagerijen en vishandels, daarna leerlooierijen, die gemakkelijk bij het water konden om het leer in te dompelen alvorens het te looien.
In 1565 droeg Cosimo I de architect Giorgio Vasari op een gang te bouwen van ongeveer een kilometer, die tegenwoordig nog steeds begaanbaar is, om het Palazzo Vecchio te verbinden met Palazzo Pitti, de privéwoonstede van de Medici.
Op de helft van de brug staat, als een wereldlijk beschermheer, het in 1900 gesmede borstbeeld van Benvenuto Cellini, de beroemdste goudsmid in Florence tijdens de Renaissance. Een andere, minder bekende goudsmid die actief was in Florence, was Tommaso del Ghirlandaio, die zo genoemd werd omdat hij de hoofden van de Florentijnse meisjes met zilveren kransen versierde. In het atelier van Domenico heeft ook de zeer jonge Michelangelo het vak geleerd.
De Historische binnen stad
Het centrum van Florence, altijd overstroomd door toeristen van over de hele wereld, is een soepele mengeling van de levendigheid van het alledaagse leven en de sublieme eeuwigheid. Op Piazza del Duomo, het centrum van het centrum, zittend aan een van de talloze tafeltjes op een terras, word je verblind door de schoonheid die van alle kanten op je afstraalt.
De kathedraal, Santa Maria del Fiore, ook il Duomo genoemd, is een van de mooiste kerken van Italië, een marmeren borduurwerk. De eerste steen werd gelegd in 1296 naar ontwerp van Arnolfo di Cambio. Het is de op vier na grootste kerk van Europa. Florence wilde ook op het gebied van afmetingen alle records vestigen.
Zijn beroemde koepel, een technisch wonder die over het plein en over de wirwar van zijstraatjes triomfeert. De koepel werd ontworpen door Filippo Brunelleschi, ondersteund door Alberti die in De Re Aedificatoria, dat in 1452 geschreven is, zijn bedoeling met visionaire trots verklaarde: hij wilde een koepel die groot genoeg was ‘om met zijn schaduw alle Florentijnen te kunnen bedekken’. Zo won hij tot ieders verrassing de wedstrijd, die bestemd was voor de gevestigde architecten van de stad, maar tot het einde toe bleef de koepel een moeilijke uitdaging voor hem. Weinigen dachten dat een dergelijk gevaarte in de loop der tijd overeind zou blijven. De werken voor de lantaarn op de top van de koepel werden geblokkeerd vanwege de angst van kwaadsprekers. Er kunnen 30.000 mensen in, het meest geschikte publiek voor de snerende betogen van Savonarola. Deze beroemde Domenicaanse monnik, die juist in het tijdperk van de kunst tegen de artiesten van zijn eigen tijd uitviel vanwege de losbandigheid van de stijl: volgens hem zetten de plaatselijke schilders de Heilige Maagd Maria neer als een prostituee.
De dom is van binnen heel sober met weinig versieringen, om de ruimtelijkheid en de suggestie van de ruimte en de gigantische afmetingen beter tot hun recht te laten komen. Ieder detail is echter gerealiseerd door de grootste meesters van de beeldhouw- en de schilderkunst: van Paolo Uccello zijn de hoofden van de profeten die de uurwijzer decoreren, de gekleurde glazen vensters zijn van Lorenzo Ghiberti, de beeldhouwer die later ook het bronzen reliëfpaneel voor de deuren van het baptisterium heeft ontworpen en gerealiseerd.
De klokkentoren is opvallend en een van de beste Italiaanse middeleeuwse torens, ontworpen door Giotto, inwoner en bouwmeester, die zich hield aan de veelkleurige stijl van het ontwerp voor de Duomo van Arnolfo di Cambio.
Ook Andrea Pisano, de beeldhouwer van de deuren aan de noordzijde van de klokkentoren, heeft bijgedragen aan de bouw van de klokkentoren die een hoogte bereikt van ongeveer 85 meter. De beelden en de reliëfs zijn van Donatello en Luca della Robbia.
Eten in Florence
De Florentijnse keuken is al eeuwenoud, heeft een goede memorie voor de traditie en haalt haar neus op voor de eigentijdse keuken, die snel veroudert. De keuken wordt gekenmerkt door “arme”ingrediënten die echter met meesterschap bereid worden.
De voorgerechten
De basis voor de streekgerechten uit Florence is brood. Hier zijn enkele voorbeelden:
De minestra di pane, een maaltijdsoep van brood, met oud Toscaans brood, zwarte kool (mag niet ontbreken), wortelen, selderij, aardappelen, savooikool, bieten, witte en bruine bonen, uien, extravergine olie, knoflook en peper.
De panzanella , verkruimeld brood in water zacht gemaakt met groenten en soms kruiden.
De pappa col pomodoro die zelfs in de literatuur voorkomt: het wordt geciteerd in Gianburrasca.
De voorgerechten van pasta bevatten geen brood, maar zijn erg in trek bij de smulpapen, zoals de Casseruola alla fiorentina, pasta of tagliatelle met spinaziesaus, crème van champignons en verse worst gehuld in riccottakaas en ei. Om lauw op te eten, fantastisch in het voorjaar.
De hoofdgerechten
Steeds geïnspireerd op eenvoud als basis, is het belangrijkste hoofdgerecht de biefstuk. De Fiorentina voldoet aan onaantastbare vereisten: hij moet van perfect zacht rundvlees zijn met een bot, met een dikte van tenminste 5 centimeter, op de gril klaargemaakt en rauw van binnen. Een teveel doorgebakken biefstuk is in Florence heiligschennis.
Een langzame en geduldige kooktijd is daarentegen nodig voor de bollito en de lingua (rundvlees), koud geserveerd met groene saus, op basis van peterselie, eieren en ansjovis.
In dit typische recept komt het brood weer terug: pollo alla fiorentina. Het gaat om stukjes kipfilet in een crème-achtige kaas, met spinazie, ui, selderij, paprika, knoflook en royaal broodkruim er overheen.
Gebak
Het meest karakteristieke Florentijnse gebak is de schiacciata con l’uva (druivencake), met blauwe druiven bestrooid met suiker tussen de twee lagen deeg en besprenkeld met warme olie. Er bovenop wat takjes rozemarijn of “ramerino”, zoals die in Florence heten.
Frittelle, rond en zacht, uitmuntend met een goede Vinsanto (dessertwijn).
Le frittelle, tondeggianti e morbide, eccellenti con un buon Vinsanto.
Cenci, gefrituurd deeg met poedersuiker.