Krakau, Polens mooiste
Krakau heeft iets lichts en blij’s over zich. Het donkere verleden lijkt vergeten. De klokken luiden er luid en dikwijls. Geen wonder als je 140 kerken hebt. Zou er een toerist zijn die ze allemaal is binnen gewipt?
Koninklijk
Wij maakten een keus, begonnen bij de Florianuskerk, het begin van de koninklijke route. Waarom koninklijk? Polen’s verrassend vele koningen werden na hun dood van hier overgebracht naar de Wawelheuvel om bijgezet te worden.
Feestjes welkom
De Krakauers houden van straattheater, van folklore en festivals. Kijk niet verbaasd als bij de Florianuspoort spontaan een feestje losbarst. Mooie meisjes in klederdracht, muziek van violen en dansen maar. De muur bij de poort wordt gebruikt als een gigantische schilderijengalerie. Honderden schilderijen worden er opgehangen. Te kijk en te koop. Geen lolletje om die ’s avonds – op een laddertje staand – weer binnen te halen. Favoriet zijn kunstwerken met geraffineerd licht. Man met baard. Net een Rembrandt, nietwaar?
The place to be
Je mag Krakau – de vroegere hoofdstad – gerust de mooiste stad van Polen noemen. Met het grootste plein: de Markt. Blikvanger is de elegante Lakenhal, met daarboven uitrijzend de Mariakerk Ieder uur laat deze vanaf de toren een, halverwege afgebroken, reveille horen. Een trompetsignaal uit de strijd met de Tartaren.
Fascinerend
Op de Markt kom je niet weg. Kinderen en ballonnen dansen. De koetsjes zitten vol. De terrassen ook. Toeristen op gehuurde fietsen scheuren over ’t plein. Acrobaten sloven zich uit voor een paar zloty’s.
Vroom
In de Mariakerk wordt druk geknield,tot in het voorportaal toe. Ook bij het wereldberoemde meesterwerk, het altaar van houtsnijder Wit Stowsz, waaraan hij twintig jaar werkte.
Als je niet koopt krijg je spijt
De geel geschilderde Lakenhal moet je niet alleen van buiten bewonderen. Beneden zijn heel leuke zaakjes met niet te duur en toch origineel handwerk. En natuurlijk sieraden van barnsteen. Boven is het Nationaal Museum, waar je kennis kunt maken met het werk van veel Poolse schilders.
Een typisch café
Even rust voor een wodka. De nationale drank, in allerlei variaties aanwezig ( de beroemdste is Bison) of een Pools biertje. Koffie drinken we in het prachtige Jugendstil café Jama Michalika. Te danken aan schilder Jan Matejko, die het in 1895 liet bouwen en zijn collega’s er naar toe lokte. Zijn woonhuis in dezelfde ‘ulica’ (straat) is museum. Vanaf het terras lekker mensen kijken, want er wordt druk geflaneerd. IJsjes zijn favoriet. Voor de tentjes staan ze in de rij.
Joodse wijk
De vreugde van Krakau ligt dicht bij het verdriet van Auschwitz. In de drukke handelsstad leefde een grote Joodse gemeenschap. Al in 1495 bracht de koning ze bijeen in de wijk Kazimierz. Ze bouwden er winkels, synagogen, begraafplaatsen. Tot 1941. Een getto en de gaskamers van Auschwitz beroofden de stad van zijn kleurigste bewoners.
De wijk kwam na de oorlog weer tot leven in echt Joodse sfeer, met geurige eethuisjes, café’s, restaurants (eentje serveert de maaltijd op Singer-naaimachines) en het Festival van de Joodse cultuur.
Rabbi Remuh
De Oude Synagoge is nu museum. De Remuh synagoge heet naar de zeer bekende rabbi Remuh. Zijn graf vinden we op de bijna verborgen geheimzinnige begraafplaats. Schindler’s List werd gedraaid in de wijk, waar ook het geboortehuis van Helena Rubinstein staat.
Moeilijke taal
Uit eten gaan op het platteland is niet makkelijk. De meeste menu’s zijn in ’t Pools, de taal met de vele medeklinkers. Herkenbaar is een ‘biefstuk’ of ‘kotelet’. Jammer van de rest. In de stad gaat het beter. Lunch met pierogi, een soort ravioli met vlees of bosbessen. Barszcz, gepeperde rode bietensoep ( wat is een Pool zonder soep) en Kremowka, het slagroomgebak waar paus Johannes Paulus II ‘ de beroemde bisschop van Krakau, als kleine jongen dol op was.
De koninklijke burcht
Op naar de Wawel, de heuvel, die al staat te wenken:’ denk erom, ik ben belangrijk’. Het is dan ook het hart van Krakau. In het Burchtmuseum voelen we ons thuis. We herkennen Stadhouder Frederik Hendrik en de schilderijen van Ferdinand Bol, Honthorst, Nicolaas Maes. Er zijn koninklijke vertrekken met in de Audiëntiezaal een uniek plafond met uit hout gesneden koppen van koningen en edelen. Schatkamer, Oosterse collectie. En, oh wonder, in de Seniorenzaal klinkt muziek. Een ensemble in historische kostuums speelt op oude instrumenten. Prachtige stemmen.
De kathedraal
De kathedraal is het belangrijkste onderdeel van de Koninklijke Burcht en is dan ook erg druk. De Poolse geschiedenis wordt levend door de doden. Er zijn achttien kapellen, waaronder de beroemdste de Zygmontkapel met zijn gouden koepel. De grafmonumenten van koningen en bisschoppen zijn regelrechte kunstwerken. In de crypte rusten ook, naast de koningen in hun loden kisten, dichters en nationale helden. De meeste aandacht gaat uit naar Jozef Pilsudski (dictatoriaal president) en Sikorski (helicopter bouwer), terwijl men zegt dat hij elders is begraven.
Verdiend
Moe van het kijken en beleven in deze overdadige stad, schuif je aan op een bankje in ’t groen. Je kijkt uit over de Wisla met spelende mensen op de oevers en luistert naar de vogels (Poolse nachtegalen?) ’s Avonds moet je jezelf belonen met een etentje in een bijzonder gourmet-restaurant bij hotel Logos. Modern, zelfs met een galerietje. En het toetje? Een jazzkeldertje in de tot laat rumoerende stad.