Douro, waar de port geboren werd
De rivier de Douro (spreek uit dò-roe) is niet zo jong meer als hij na een lange tocht Spanje verlaat. Bij Miranda do Douro wordt hij Portugees om op te lossen in de Atlantische Oceaan. We gaan ‘m volgen.
De markies en de port
De wijngaarden aan de oevers zijn een beetje de kostwinners van Portugal. Port. Misschien drinken wij het niet zo veel meer, maar het is nog steeds een wereldwijn.
Het is een markies, die in het midden van de 18e eeuw de grenzen van het portgebied vaststelde. Zo’n 80 km meestal rimpelloos donkergroen water met voor de wijn vruchtbare oevers.
Wol voor wijn
Port was toen al bekend, vooral in Engeland. De Britten – nog altijd gek van port – leverden de wol. Portugal de drank. Bij toeval werd ontdekt dat, als je wijn met brandewijn mengde, port ontstond, goed voor een kostelijke roes. Een feestdrank bij bruiloften en andere blije gebeurtenissen. Een gebruikelijk drankje in clubs en herenkamers. De hertog van Wellington kreeg, toen hij de slag bij Waterloo won, een heel vat ‘tawny’, lang op hout gerijpt, zacht en kruidig. Dat zal een heerlijk avondje geworden zijn.
Diepe rotskloven
Er loopt een goede weg langs de tweede rivier van Portugal. Van diepte naar hoogte. Meestal niet vlak ernaast, want de Douro schrikt niet terug voor smalle rotskloven. Na Miranda zijn er vijf stuwmeren (embalse). Goed voor veel energie. Wij hebben die energie ook nodig, want het kan er zeer heet zijn. De woestijnwarmte laat de geraniums zo rood bloeien als wij die niet kennen en zelfs uit de rotsspleten barsten bossen margrieten.
Spetterende feesten
Een onvergetelijke indruk maken de terrasvormige eindeloze wijngaarden. Ze vormen prachtige panelen als een kraag rondom de rivier. Harde ondergrond. De wortels van de wijnstok moeten tien en meer meter in de grond dringen om het water op te zuigen. De terrassen betekenen uitputtend werk voor de wijnboer. Geen wonder dat ze, als de wijn in grote houten vaten gaat rijpen, spetterende feesten gaan vieren (iedereen is welkom).
Soms worden de druiven nog met de voeten ‘geplet’, maar de moderne tijd heeft andere middelen.
Portbootjes
Voor het vervoer worden ‘rabelos’ gebruikt, de schilderachtige zeilbootjes met platte bodem, die op Chinese jonken lijken. Hier en daar op de rivier – en zeker in Porto - zorgen ze voor een leuk plaatje.
Een uitputtende trap
Het eerste hoogtepunt is de stad Lamego. Levendig. Oud. Huizen in barokstijl. Banken vol mannetjes, die uitrusten van een lang leven. Een wat plompe kathedraal met mooi interieur. Bovenal bedevaartplaats. Haal diep adem en beklim de 686 treden naar de Monte Estavao. Rust telkens even uit op een klein platform om de prachtige azulejos (tegelplateaus) te bewonderen, ook in het museum beneden.
Pijnlijke boete
Boven aan de trap wacht soms een tafereel, dat bij bedevaartsoorden – o.a. Fatima – hoort. Een jongeman op de knieën kruipend rondom de kerk. Een jonge vrouw die voortdurend zijn zweet droogt. Aan de andere kant een simpel wijfje met boodschappentas, dat haar kousen aan flarden kruipt. Boetedoening? Aanbidding?
De kerk zelf, Igreja de N.S. dos Remédios met wit en blauw interieur, zal in de nazomer het centrum zijn voor een schitterend volksfeest. Processies met ossenkarren en zware Mariabeelden. Zang. Dans. Fado’s .
Lichtjes
Naast de kerk op de hoge heuvel staat hotel Parque, een goed logeeradres. Koeler en met mooi uitzicht op de ’s avonds van lichtjes flonkerende stad. Maar ook met de Portugese gastvrijheid. Een glas champagne om te benadrukken dat er nog meer is dan wijn en port.
Opgestapelde huizen
De rivier volgend is daar het tweede hoogtepunt. Porto. Eén van Portugals oudste steden, die wel een dagje mag kosten. Bij de brug vóór de stad ligt een cafeetje voor de mooiste blik op de Douro en een karafje witte Dão. Porto heeft opmerkelijke bruggen, één zelfs door Gustave Eiffel zelf ontworpen. Tegen de hellingen opgestapelde huizen en beneden en aan de oevers uiterst gezellige oude stadswijken. Middeleeuws. Het ruikt er nog naar. Markten met van alles, ook vogeltjes en bloemen. Verleidelijke winkels en natuurlijk buiten eten en drinken.
Overdaad
‘Een gezonde ziel kan niet in een droog lichaam wonen’, zegt een Frans spreekwoord. Hoeft ook niet in de ‘Portstad’. Een scheutje cultuur hoort ook bij een goed glas. Een grote schittering van barok in de Igreja de São Francisco en gouden overdaad in het paleis Da Bolsa. Kerkkijkers kunnen hier hun geluk niet op. Voor een romantisch mens is er het op een landgoed gelegen museum Romantico.
Hier rust de port
Laten we ‘werelds’ eindigen in de voorstad Vila Nova de Gaia. Tientallen wijnkelders met rondleidingen en proeverijen. Maak uw keus. Een tip: in Cintra, een klein bedrijf, staat het grootste vat ter wereld.